SHOPPING BAG
« vorige pagina

Kenmerkend voor de “belle époque” (1890-1910)

Deze stijlperiode wordt Art Nouveau (in Frankrijk), Jugendstil (in Duitsland), of  Sezessionstil (in Oostenrijk) genoemd. Het was de eerste internationale stijl in de twintigste eeuw. Ze wordt gekenmerkt door vloeiende “zweepslagachtige” lijnen die niet alleen in sieraden, maar ook in architectuur, grafische en decoratieve kunst uit die periode terug te vinden is. Art Nouveau of Jugendstil sieraden laten in vergelijking met de 19de eeuw een hele nieuwe vormentaal zien.

De vormentaal in de 19de eeuw ging vooral uit van vroegere stijlen zoals de gotiek uit de middeleeuwen, de egyptische kunst van de farao’s en de drukke, heftige vormen uit de Barok. De 19de eeuws kunstenaars keken dus vooral terug in de tijd (historisme). Nu keek men veel meer naar de natuur; daarnaast was de  Japanse kunst een bron van inspiratie. De opzet was vaak organisch van vorm, ook in de ontwerpen voor sieraden. Er werden meerdere kleine stenen in één ontwerp gebruikt, in tegenstelling tot de grote, zware stenen die in de 19de eeuw vaak als opvallend centraal aandachtspunt in een  sieraad werden gezet.

Kenmerkend voor sieraden uit de periode 1890-1910 zijn bijvoorbeeld de barokke of zoetwaterparels die werden gebruikt vanwege hun onregelmatige vorm. Verder waren  opalen populair vanwege hun melkachtige glans, net als maansteen. Er werden  combinaties gemaakt van verschillende kleuren metaal en glanzend emaillewerk. Populaire onderwerpen waren wijnranken, water lelies, irissen, anemonen, zwanen, zwaluwen , pauwen en libelles, slangen, vleermuizen en insecten zoals wespen en draken en natuurlijk de alom bekende “femme fatale” met verleidelijke haarlokken. Deze onderwerpen leenden zich uitstekend voor een vloeiend, gebogen en sierlijk onregelmatig lijnenspel.